|
|
||||||||||
|
marcel prins
|
het oog
|
|
||||||||
|
klik op de afbeelding om
te vergroten
|
|
|||||||||
|
Het kan een bleke, gedroogde wortel van een druivenstok zijn. Of het is een krul
van ijzer, die ooit onderdeel was van iets anders en nu in zichzelf een
samenballende omvattende ronde vorm is, verwant aan een slakkenhuis, dus
geladen met symboliek. Toch is de vorm tegelijkertijd open, want men kan er
doorheen kijken. Het ijzer is verroest, de krul is aangetast en haar elegantie
lijkt verloren te zijn gegaan. Geplaatst in een nieuwe context, krijgen de vorm
en het materiaal elke betekenis die door elke associatie teweeg wordt gebracht.
Hout, bot, metaal, steen, veren, alles wat al een vorm heeft, lijkt hij te
kunnen gebruiken. Vaak is een bepaalde vorm, veelal gevonden, uitgangspunt voor
een nieuw werk. Nieuw werk kan op allerlei manieren ontstaan. Materiaal dat hij
al in huis had en waar nog iets bij gevonden moet worden, en andersom: gevonden
materiaal dat te combineren is met wat hij al in huis had; een steen met een
gat erin, een krullende lap lood, een verroest stuk ijzer, een blokje hout met
een patroon van groeven. Gericht zoeken blijkt niet nodig, het materiaal vindt
hem, toevallig.
Uiteraard ontstaat er ook werk naar aanleiding van een opdracht. De
uitgangspunten blijven hetzelfde. Contrasten worden met elkaar in harmonie
gebracht. Het werk mag niet zwaar zijn, het mag verwarren en het mag dwingen om
te kijken en uit te nodigen te associëren en interpreteren.
De compositie gaat de hoogte in of de breedte, wat hard is wordt verzacht en wat
zacht is, krijgt stevigheid, maar altijd is er ergens in het beeld iets
feestelijks of geestigs, iets dat los wil van het beeld en iets dat
onstoffelijk wil zijn en betekenis, iets dat verluchtigt en verlicht. Het wil
een beeld zijn dat uitdrukt: Dulce est desipere in loco oftewel, het is heerlijk op zijn tijd gek te doen.
Irene Bakker, Den Haag 2004
De dichteres Irene Bakker is als consulent literatuur verbonden aan Koorenhuis,
Centrum voor Kunst en Cultuur in Den Haag en als schrijfcoach aan Hogeschool
voor de Kunsten, Utrecht.
|
Do’nt shoot the
pianoplayer
2000
eikenhout, pianotoetsen, ribben
30 x 18 x 16
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
Wachter
zouthout
53,5 x 10 x 6
|
|
|||||||||
|
|
||||||||||
|
2/2
|
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
dulce est desipere in loco
|